Twistende tieners

■ Tussen de boeken die ik was kwijtgeraakt bij de instorting van ons huis in Frankrijk, in januari 2009, zat een bijzonder exemplaar. Het verlies ervan drong pas lang na die fatale dag tot me door. Maar op zekere dag herinnerde ik me weer het bescheiden boekwerkje dat de Eindhovense Schetsclub ter gelegenheid van haar 35-jarig bestaan in 1965 had uitgegeven. Leden van het eerste uur, Jan van Bergeyk en Harry Maas, hadden er het voorwoord in geschreven. Het boekwerkje bevatte tientallen tekeningen van leden die de club in de loop der jaren bevolkt hadden, waaronder een houtskooltekening van mijn vader,, voorstellende twee twistende tieners. Toen mijn vader me die tekening op zekere dag, midden jaren zestig van de vorige eeuw, liet zien, herkende ik onmiddellijk het knappe buurmeisje dat later mijn vrouw zou worden – mijn vader noemde haar terecht La Belle – en mezelf. Deze tekening was jarenlang, opgerold in een kartonnen koker, van hot naar her gesleept, vergeten, weer teruggevonden en uiteindelijk ingelijst terechtgekomen boven de schouw in de salon van ons huis in Frankrijk. We hadden eindelijk een passende plaats voor dit bijzondere kunstwerk. Goed. Dat boekje was ik dus óók kwijt. De Eindhovense Schetsclub had deze jubileumbundel indertijd in eigen beheer uitgegeven. Hij had geen ISB-nummer en zal indertijd maar in een zeer beperkte oplage beschikbaar zijn geweest. Het verlies ervan deed me pijn. Ik wilde verschrikkelijk graag een ander exemplaar hebben. Omdat speurtochten op Internet zonder resultaat waren gebleven, zocht ik er bij elk bezoek aan een stad op ambachtelijke wijze naar in elk antiquariaat dat ik tegenkwam.

Zo kwam ik op enig moment ook terecht in Antiquariaat Molendijk, in de Gestelsestraat in Eindhoven. Daar is een behoorlijk aantal planken ingericht voor boeken over Eindhoven en zijn regio. Helaas, ik zocht er tevergeefs naar de jubileumbundel van de Schetsclub. De eigenaar kende het boekje overigens wel. Desgevraagd wilde hij wel eens kijken of hij het voor me op de kop kon tikken. Ik schreef mijn naam, telefoonnummer en e-mailadres op een briefje. Ik kende de exacte titel van de bundel niet, dus het bleef bij een aanduiding die hem hopelijk in de goede richting zou doen zoeken. Het briefje gooide hij bij de overige paperassen op het bureau. Hij zou me bij gelegenheid een belletje geven… Ik had er niet veel fiducie in dat hij het boekje zou vinden, laat staan dat hij, als hij het wél gevonden had, nog zou weten wie ernaar had gevraagd.

September 2013. Een bericht op de telefoonbeantwoorder. Met Antiquariaat Molendijk in Eindhoven. Of ik nog geïnteresseerd was in het boekje van de Eindhovense Schetsclub, en of ik even wilde bellen naar nummer…

’s Anderdaags meldde ik me in het antiquariaat. Met een tevreden trek op zijn gezicht overhandigde de heer Molendijk me het boekje. Ik pakte het van hem aan en zocht meteen de pagina op waar de tekening van mij en vrouw stond. Ik liet haar zien aan de antiquaar en vertelde er en passant iets van de geschiedenis bij: dat mijn vader lid was geweest van de Eindhovense Schetsclub, dat ons beider buurmeisje ons al vroeg had geïnspireerd: hem tot olieverfschilderijen, tekeningen, aquarellen en etsen, mij tot een huwelijk dat nog altijd stand hield. En dat die tekening bij gevolg veel voor me betekende en dat ik het kunstwerk in kwestie nog steeds in mijn bezit had. Maar ook wat er in Frankrijk was gebeurd: dat ik als gevolg van achterstallig onderhoud aan de waterleidingen in het Picardische stadje Nesle te maken had gekregen met een gedeeltelijk ingestort huis, dat ik bij die catastrofe, naast een heleboel minder belangrijke materie, ook honderden boeken was kwijtgeraakt, onder meer het boekje dat hij nu weer voor me gevonden had. Enfin, het werd al met al een emotioneel relaas.

De antiquaar had zwijgend naar me geluisterd. Hij maakte een gebaar dat ik even moest wachten en verdween achter een boekenkast. Even later gaf hij me enkele catalogi van exposities zoals die in Museum Kempenland op enig moment te zien waren geweest. Ze waren gewijd aan leden van de Eindhovense Schetsclub, kunstbroeders en -zuster van mijn vader: Harry Maas, Netty Michels, Karel Vermeeren, Peer van den Molengraft. Opnieuw verdween Molendijk. Nu ging hij de trap op en rommelde wat op de verdieping. Toen hij even later terugkwam, had hij een exemplaar van de Museumwaaier, een fors, ingebonden boek over Museum Kempenland in zijn hand. Hij legde die zware pil op de andere boeken. Die zware stapel schonk hij me. Om het gat in mijn boekenkast iets minder groot te laten zijn, zei hij. Voor de andere boeken die ik nog meenam, rekende hij op geen stukken na de prijs die er achterin vermeld stond.

Als geen ander begrijpt een antiquaar wat het betekent om boeken te verliezen, zeker boeken die, los van hun inhoud en intrinsieke waarde, dienen als vehikel voor emoties en herinneringen. Maar dat begrip vertalen naar de geste die de heer Molendijk deed, is uitzonderlijk en genereus. Vandaar dat ik dit talige monumentje voor hem heb willen oprichten.

'Twistende tieners'. Houtskooltekening van Sjef van der Voort, diens bijdrage aan de jubileumuitgave van de Eindhovense Schetsclub.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now