Tien jaar Serpo
 

In 1992 bestond SERPO tien jaar. Voor de redactie van Litteratura Serpentium was dit feit aanleiding om met directeur Walter Getreuer eens terug te kijken op de ontstaansgeschiedenis van een reizende expositie met zowat honderd levende slangen, die niet alleen voor herpetologen een unieke attractie is. Achter het bedrijf SERPO gaat meer schuil dan de ambulante tentoonstelling zoals veel slangenhouders die ongetwijfeld wel eens bezocht zullen hebben. Maar omdat velen van ons SERPO voornamelijk daarvan zullen kennen, lijkt het me aardig eerst een schets te geven van de totstandkoming van deze herpetologische attractie en de instandhouding ervan. Daarna laat ik de niet geringe aanvullende bezigheden op herpetologisch gebied van Walter Getreuer de revue passeren.


Papieren problemen


Voorafgaand aan zijn initiatief om slangen op commerciële basis te exposeren, heeft Walter Getreuer veel bemoeienis gehad met de Italiaanse Atrox-expositie die in vroegere jaren Nederland wel eens aandeed. Voor Atrox verzorgde hij onder andere de public relations en maakte hij de tentoonstelling educatiever. Het is dit laatste aspect, dat bij hem de kiem is geweest om een eigen expositie op te zetten. En degenen die SERPO bezoeken, krijgen inderdaad, naast de mogelijkheid om ruim honderd slangen te bezichtigen, een overvloed aan informatie over deze dieren. Informatie die bij de doorsnee-bezoeker veel vooroordelen over slangen kan wegnemen en hem en passant verrijkt met veel wetenswaardigheden. SERPO kwijt zich op deze manier zeer verdienstelijk van zijn educatieve taak.

Het daadwerkelijk starten met zijn expositie is voor Walter Getreuer bepaald geen simpel karweitje geweest. Zoals zowat elk beginnende ondernemer, heeft hij hulp van een bank nodig gehad. U kunt zich wellicht voorstellen hoe raar men daar gekeken (om niet te zeggen gelachen) heeft toen het verzoek kwam een slangenexpositie financieel mogelijk te maken. Bij gebrek aart precedenten heeft het veel moeite gekost de heren te overtuigen van de levensvatbaarheid van het idee.

Niet alleen in bancair opzicht is Walter Getreuer trendsetter geweest. Dat geldt eveneens voor de verzekeringsaspecten van zijn bedrijf. Het bleek heel wat voeten in aarde te hebben, voordat een assurantiemaatschappij, bij gebrek aan vergelijkings-mogelijkheden binnen een verder niet-bestaande branche, het risico dat ze liep ingeschat had en tot een redelijke premie is kunnen komen voor bijvoorbeeld een W.A.-, de Bedrijfsschade- en niet te vergeten de Transport/verblijfverzekering.

Exposeren in gemeentes betekent vergunningen aanvragen. Opnieuw blijkt een slangenexpositie een lastig item te zijn, dit keer voor ambtenaren. Er zijn niet nóg meer van dergelijke of vergelijkbare tentoonstellingen en bijgevolg zijn de plaatselijke Algemene Politieverordeningen vaak onvoldoende geformuleerd voor een zodanige activiteit. Voorheen werd een SERPO-tentoonstelling wel eens bezocht door ambte-naren van een gemeente waar ook een aanvraag voor een expositie liep, zodat die zich een oordeel konden vormen over het reilen en zeilen op SERPO. Wanneer een eerste expositie succesvol verloopt, kan deze ervaring een gunstige referentie zijn voor andere gemeenten. Overigens schrikt Walter Getreuer er niet voor terug om een weigerachtige gemeente te tracteren op een Arob-procedure. De zeldzame keren dat zoiets nodig is geweest, zijn die trouwens in zijn voordeel uitgepakt. Maar over het algemeen zijn ambtenaren en gemeenten best coöperatief. Storend is wel de afwezigheid van enige gelijkheid in het hanteren van gemeentelijke tarieven. Zo bestaat er een enorm verschil in precariorechten en leges die een gemeente wil hebben voor het afgeven van de benodigde vergunningen en ontheffingen.

Interessant is een gesprek met een belastingambtenaar. Hoe schrijf je een slang af? Vormen nakweekdieren vermogensaanwas? Wat te doen met buitenlandse studiereizen die gemakkelijk verward kunnen worden met een vakantietrip? Hoe is de aftrek-baarheid van een vakantietrip als die ook nog herpetologische studiereis blijkt te zijn? Walter Getreuer is ook op fiscaal gebied trendsetterig bezig geweest!

Een probleem van bureaucratisch karakter vormde aanvankelijk ook het SERPO-vervoer. Voor vrachtauto's die aantoonbaar een beperkte tijd gebruik maken van de Nederlandse wegen, is een zogenaamde 60-dagenkaart een mogelijkheid om onder de volledige wegenbelasting uit te komen. Ook hier keken de ambtenaren vreemd op, toen SERPO een dergelijk verzoek deed. Aanvankelijke eisen om de combinatie van trekker en oplegger uit te rusten met een speciale koppeling werden weer ingetrokken, toen bleek, dat een oplegger met panne die vol levende slangen zit, waaronder uiterst giftige, teveel risico's zou opleveren, als hij niet meteen door een andere truck op sleeptouw genomen zou kunnen worden.

Medewerking van de plaatselijke pers of regionale omroep is tegenwoordig onontbeerlijk om tot weIslagen te komen. Bij iedere expositie wordt aan genoemde instellingen gevraagd er de nodige ruchtbaarheid aan te geven. Een enkele keer gebeurt dat naar de zin van Walter Getreuer te minimaal. Een gesprek met de ver-antwoordelijke redacteur kan dan soms voor een aardige omslag in diens waardering voor de expositie en voor slangen in het algemeen zorgen. Een en ander is echter wel enorm tijdrovend.

Een aardig bijkomeind probleem was aanvankelijk zijn buurman. Toen die in de gaten kreeg dat Walter Getreuer slangen hield, heeft hij gedreigd desnoods met politie‑ ingrijpen een einde te maken aart die 'levensgevaarlijke' situatie. Deze buurman, die ook nog gouden handen bleek te hebben, is nu één van Walters vaste medewerkers! Deze voorbeelden van ambtelijke en bureaucratische procedures maken duidelijk wat er zoal komt kijken bij het alleen nog maar op papier mogelijk maken van een slangenexpositie. Inmiddels is het zo, dat Walter Getreuer op verscheidene plaatsen in Nederland al een zodanig bekendheid geniet, dat een expositie in minder dan geen tijd geregeld is. Cultureel en educatief is ze erg aantrekkelijk. Men ziet zijn slangen-tentoonstelling verder graag komen, omdat ze een aardige publiekstrekker is waar gemeenten en omwonenden nauwelijks overlast van hebben: ze trekt geen luidruchtige supporters, geen vandalistische 'F- of andere siders' en over het algemeen zijn de bezoekers van huis uit zo netjes opgevoed, dat zij geen sporen van vervuiling achterlaten. Zo'n gastvrije gemeente is bijvoorbeeld Maastricht, waar Walter Getreuer op het moment dat ik hem interviewde al voor de vierde keer kwam. Overigens heeft hij de ervaring, dat hij moet uitkijken wanneer instellingen zelf het initiatief nemen en hem vragen met zijn slangententoonstelling te komen. Veelal blijkt, dat er problemen van allerlei aard zijn, die het exposeren minder aantrekkelijk, zelfs verliesgevend kunnen maken. Dat kan bijvoorbeeld zijn, wanneer een voorheen verpauperde buurt zich een nieuw imago wil geven, of, omgekeerd, wanneer een voorheen respectabele instelling op haar retour is en dat wanhopig probeert tegen te gaan. Prostituées voor de deur of vernielde auto's van bezoekers zijn eveneens zaken die maar beter vermeden kunnen worden. Het is dan zaak, vooraf terdege te informeren naar instelling, wijk en personen.


Praktische problemen 


Van een ander kaliber zijn de praktische moeilijkheden. Het komt Walter Getreuer aardig van pas, dat hij, omdat hij uitgeloot was voor diergeneeskunde, in zijn jongere jaren een tijdje elek­trotechniek heeft gestudeerd. Deze opleiding heeft het hem mogelijk gemaakt zowat alles wat er in technisch opzicht bij zijn slangententoonstelling komt kijken in eigen beheer te ontwerpen en te realiseren. Dat geldt zowel voor de terraria, voor het ontwerpen van de computerprogramma's die op de tentoonstelling gespeeld kunnen worden, voor de herpetologische attributen die nodig zijn (slangenhaken bijvoorbeeld), voor het realiseren van videofilms, voor het ontwikkelen van broedstoven en het uitvoeren van de klimaatbeheersing in zijn terraria, als voor de inrichting van zijn oplegger.

Zijn terraria kennen een uitermate goede beveiliging. Zo zit er aan de buitenkant niets van schroefkoppen die losgepeuterd zouden kunnen worden, is het glas van een kwaliteit die vergelijkbaar is met die waarvan een juwelier zijn vitrines voor diamanten laat maken en is er op een handige manier voorzien in het verwarmen en verlichten van de bakken. Het onderstel van de terraria is bovendien zó geconstrueerd, dat ze moeilijk om te duwen zijn, Een extra beveiligingsmaatregel is nog, dat bakken met gevaarlijke slangen altijd tegen een muur komen te staan in plaats van in het midden van de expositieruimte, en dat deze bakken het dichtst bij de kassa staan. Een balustrade dwingt de bezoekers bovendien op een gepaste afstand van de ruiten te blijven. Tot slot worden de bakken altijd zodanig opgesteld, dat er geen 'doodlopers' zijn, gangen waar bezoekers én in moeten en ook weer terug doorheen moeten om naar een volgende onderdeel te gaan. In het midden staan de terraria altijd met de ruggen tegen elkaar en de ruimte ertussen is van dien aard, dat bezoekers elkaar niet in de weg staan.

De oplegger is weer een verhaal apart. Omdat er levende have in vervoerd moet worden, zijn speciale aanpassingen vereist. Er moet verwarming en ventilatie aanwezig zijn en wanneer de oplegger onverhoopt bij een ongeval betrokken zou raken, mag het met zo zijn, dat in no time mamba's en ratelslangen de koelbloedigheid van politie‑ en brandweermensen beproeven. Vandaar dat de oplegger zo veel mogelijk beveiligd is.

 

Andere herpetologische bezigheden


Walter Getreuer bezit ± 90 verschillende slangensoorten, in totaal zowat 300 individuen. Daarvan is een groot aantal giftig. Al vanaf zijn 16e jaar hanteert Walter Getreuer gifslangen. Dat hij dat uiterst bekwaam en voorzichtig doet blijkt wel uit het feit, dat hij nog nimmer is gebeten. Hij is in bet bezit van sera in tweevoud tegen beten van zijn eigen gifslangen. Deze sera zijn primair bedoeld voor calamiteiten binnen SERPO (personeel en bezoekers) en niet voor gifslangen­houders in den lande die onachtzaam met hun dieren zijn omgegaan.

Hoewel hij een groot aantal gifslangen heeft en bijgevolg gif zou kunnen leveren aan de farmaceutische industrie, ziet Walter Getreuer hiervan af. Zijn aantal gifslangen van één soort is te beperkt om er echt commercieel gif van te verkrijgen. Bovendien heeft hij daarvoor te veel met zijn dieren op. Je ontneemt ze iets waarop ze zelf erg zuinig zijn en verder zijn de stress veroorzakende methoden (o.a. het toedienen van elektrische prikkels, hardhandige massages) waarmee op bijvoorbeeld slangenfarms de slangen gemolken worden, hem niet welgevallig. Een uitzondering maakt Walter Getreuer voor gif dat bestemd is voor wetenschappelijk onderzoek en educatieve doeleinden. Vanuit het vroegere Oostblok wordt tegenwoordig overigens veel slangengif aangeboden.

Van elke soort heeft SERPO 4-15 exemplaren. Daardoor kunnen de dieren wisselend gebruikt worden voor de tentoonstelling en kan er ook mee gekweekt worden. Dit laatste geschiedt op commerciële basis. Zo vindt er bijvoorbeeld export van slangen plaats. Verder stelt Walter Getreuer ze ook beschikbaar voor reclamedoeleinden, t.v.‑opnamen, het maken van videoclips e.d. Hij wordt nogal eens benaderd door regisseurs die gebruik willen maken van zijn herpetologische kennis of dieren. Verder vindt hij het leuk Iezingen te verzorgen voor kinderen, maar een dergelijk optreden voor het Wereldnatuurfonds gaat hij evenmin uit de weg.

Hierboven was er al sprake van, dat Walter Getreuer het educatieve aspect van zijn expositie erg belangrijk vindt. Behalve de tentoonstelling zelf, werkt hij ook anderszins aan het wegnemen van vooroordelen betreffende slangen. Buiten het voor hem aantrekkelijke seizoen houdt hij zich bezig met scholen. Er zijn speciale mappen ontworpen die docenten biologie in hun lessen kunnen gebruiken, en desgewenst komt Walter een en ander nader toelichten.

Een andere educatieve invalshoek wordt gevormd door de videomogeljjkheden van tegenwoordig: SERPO ontwikkelt videobanden over slangen die ook voor gevorderden zeer de moeite waard zijn. Een proeve van deze deskundigheid kan overigens tijdens de tentoonstelling zelf bekeken worden.

Ondertussen profiteert men ook landelijk van zijn kwaliteiten. Voor ambtenaren van het AID verzorgt hij een cursus slangendeterminatie; hij assisteert de politie van Schiphol als er gerede verdenking bestaat tegen de inhoud van een kist; hij begeleidt deurwaarders naar adressen waar naast gewone huisraad ook nog sprake is van enige herpetologische zaken; hij adviseert gemeenten waar men niet heeft voorzien in herpetologische eventualiteiten, bij het aanpassen van de Algemene Politieverordening; hij komt - met assistent - eens kijken wat voor een slang het is die de buurman van een slangenhouder tussen zijn openhaardhout heeft zien wegkruipen.

Verder loopt hij permanent met een pieper op zak: hij is namelijk voortdurend stand‑by voor calamiteiten waarbij slangen zijn betrokken. Het gebeurt in Nederland regelmatig, dat er slan­genhouders gebeten worden door een gifslang. Ziekenhuizen, overheids-instanties e.d. weten hem dan te vinden voor een eerste diagnose en medisch advies. Vaak is Walter bij dit soort gevallen getuige van hectische taferelen. De gebeurtenissen met hem verder volstrekt onbekende slachtoffers grijpen hem emotioneel erg aan.

Walter Getreuer ergert zich aan de wijze waarop sommigen in Nederland met slangen omgaan. Hij komt onvoorstelbaar onverantwoorde zaken tegen: mensen kopen in een café een slang, zetten die lekker onder de douche om het dier schoon te krijgen, draaien een blik catty open zonder ook maar het geringste idee te hebben van wát ze nu feitelijk gekocht hebben. Hij is op zolders geweest waar in groten getale mamba's gehouden werden en waar zo'n beest ook nog ergens los rond kroop. Wanneer hij in amusementsprogramma's op de t.v. stoere mannen met (zieke) pythons ziet zwaaien, vindt er de andere dag een gesprekje met de verantwoordelijk regisseur plaats. Dat levert als resultaat op, dat een omroep zich voorneemt van dergelijke acts af te zien, tenzij klip en klaar is, dat er niets dieronvriendelijks gebeurt.


Nog wat aanvullende zaken


Thuis heeft Walter Getreuer slechts twee anolissen in een terrarium. Zijn honderden slangen zitten namelijk goed opgeborgen op een plek die slechts weinigen bekend is en waartoe niet iedereen zo maar toegang krijgt. Ook hier is ondervinding zijn leermeester geweest. In zijn 10‑jarig bestaan heeft SERPO een flinke tegenvaller moeten verwerken: in 1983 brak er brand uit in het slangenpand, waarbij 70 dieren verloren gingen en wat een rel met de verzekering opleverde (nogmaals: wat is de afschrijving van een slang?).

Voor de instandhouding van de menagerie zijn jaarlijks 15.000 muizen, 3.000 ratten en honderden konijnen nodig. Voor een groot gedeelte verkrijgt SERPO die van T.N.O., met welke instelling een hechte symbiose is gegroeid. Via veilingen wordt een eventueel tekort aangevuld, terwijl ook van particulieren voedseldieren gekocht worden.

Binnen onze vereniging is Walter Getreuer degene die tijdens de slangendag de supervisie heeft over het gifslangengedeelte. Zo heel af en toe laat hij ook in de vorm van een artikel iets van zich horen, maar alleen als hij daadwerkelijk iets nieuws heeft te melden. Hij heeft een hekel aan auteurs die zich uitsluitend baseren op anderen en nauwelijks iets eigens aan een verhaal kunnen toevoegen. In dit verband is het wel aardig een bijdrage van hem aan te kondigen over het gedrag en de voortplanting van de woestijncobra, waarin hij onlangs interessante aspecten ontdekte. Bovendien betreft het een slang die enige tijd geleden voor het eerst in gevangenschap voor nakweek heeft gezorgd. Verder participeert hij nog in de werkgroep Ziekten van onze Belgische zustervereniging 'Terra.'


Toekomstplannen


Zelf heb ik voor het eerst kennis gemaakt met SERPO in Scheveningen, waar in de kelder van het winkelcentrum een permanente tentoonstelling was ingericht. Om meer dan één reden was die plek niet ideaal. SERPO is daar dan ook niet meer te vinden. In plaats daarvan zal Walter Getreuer medio april 1993 in Delft onder de naam SERPO'S REPTIELENZOO een groots opgezet reptielenhuis openen. In dit reptielenhuis zullen naast slangen en krokodillen, die er de voornaamste bewoners van zullen uitmaken, ook andere vertegenwoordigers van de orde der reptielen te bezichtigen zijn. Naast de levende have zal een gedeelte van deze nieuwe, permanente expositie ingeruimd worden voor een op de herpetologie geënt natuur‑historisch museum. SERPO'S REPTIELENZOO ligt aan het stationsplein te Delft, op nog geen 75 meter afstand van het NS‑station. Gelukkig beperkt Walter Getreuer zich niet slechts tot deze permanente plek, maar blijft zijn reizende SERPO‑tentoonstelling de meest diverse plaatsen in Nederland aandoen.

De redactie van Litteratura Serpentium en het bestuur van de Europese Slangen-vereniging feliciteren Walter en zijn medewerkers alsnog met het 10-jarig bestaan en wensen hun het allerbeste voor de toekomst toe.

Eerder gepubliceerd in Litteratura Serpentium 13 (1993), 65-70.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now