SNAKE HANDLING BELIEVERS 

Het zal een jaar of drie geleden zijn, dat ik op Discovery een programma over slangen zag, waarin onder meer heel even aandacht werd geschonken aan een religieuze bijeenkomst van de zogenaamde 'snake handling believers'. De dienst werd gehouden in de open lucht. Opvallend was de opzwepende gitaarmuziek, die de begeleiding vormde voor 'minister' Tim McCoy, die luidkeels zijn gezongen liefde voor God en voor zijn medemensen aan de microfoon toevertrouwde. Na enige tijd leek hij in trance te geraken. Hij verliet de microfoon en danste enige rondjes op het gras, dat voor meer gelovigen de dansvloer vormde. Tegelijkertijd haalden anderen gifslangen uit houten kisten en deden daar dingen mee  waarvoor je, in de ogen van 'normale mensen', wel gek zou moeten zijn: met twee, drie ratelslangen of copperheads tegelijk, dansten de fanatieke gelovigen op de nog steeds opzwepende gitaarmuziek, gaven elkaar de slangen door, hielden de dieren bij hun gezicht, lieten ze over hoofd en armen kruipen, hielden vingers voor de tongelende bekken en nog meer van deze onverstandige handelingen. Daarbij schreeuwden ze hun liefde voor God uit. Merkwaardig genoeg bleven de gifslangen tijdens deze handelingen opvallend rustig.

Mijn eerste reactie was er een van verbazing. Ik moest meteen denken aan de slangendansen van bijvoorbeelde de Hopi-indianen in Amerika, waarvan inmiddels wel duidelijk is geworden, dat de slangen die dáár voor ceremonies gebruikt worden, eerst onschadelijk zijn gemaakt door hun giftanden te verwijderen. Toen ik me echter ging verdiepen in de achtergronden van de snake handling believers, kwam ik erachter dat er absoluut geen sprake was van enige voorzorgsmaatregel. Integendeel, het tijdelijk of definitief onschadelijk maken van de gifslangen zou een aantas­ting betekenen van Gods woord. Snake handling believers baseren hun cultus immers op een passage in de bijbel, die aan duidelijkheid niets te wensen over laat:  'Deze wonderen zullen hen vergezellen, die hebben geloofd: in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven; vreemde talen zullen ze spreken; slangen zullen ze opnemen; en al drinken ze dodelijk vergif, het zal hun niet schaden; zieken zullen ze de handen opleggen, en zij zullen genezen.' Zo staat er te lezen in Marcus 16: 17-18. En had ook de apostel Paulus niet rigoureus afgerekend met een adder, toen hij, na een zwalktocht op zee, aanspoelde op Malta, en hij bij het hout sprokkelen door een dergelijk duivelsdier in de hand werd gebeten? 'Maar hij schudde het dier van zich af in het vuur, en ondervond er hoegenaamd geen letsel van' (Handelingen 28: 5).

Ook de andere handelingen uit het bijbelcitaat van Marcus, worden door de snake handling believers gepraktiseerd. Wanneer zij in trance geraken, zijn ze in staat om vreemde talen te spreken, of om, zonder vreselijke gevolgen, strychnine te drinken. Handoplegging en 'community praying' brengen genezingen tot stand. Sommige gelovigen brengen kerozinebranders mee naar de kerkdienst. Wanneer zij vertrouwen het vuuroordeel te kunnen doorstaan, ontsteken ze de branders die een hitte van honderden graden Celsius kunnen bereiken. Het is wetenschappelijk geboekstaafd, dat de lichaamsdelen, zoals tenen en handen, ongeschonden bleven na een verblijf in het vuur van maar liefst 65 seconden. Deze handeling lijkt een echo van de vuurproeven zoals die in onze Middeleeuwen nog gepraktiseerd werden om iemands schuld of onschuld te bewijzen. Het met succes tot een goed einde brengen van dergelijke manipulaties is voor een snake handling believer een teken van overwinning op de duivel en een bewijs van zijn rotsvaste geloof in God.

Het opnemen van slangen vindt zijn begin rond 1908. Er bestaat nog geen eensluidendheid over, want er worden ook andere jaartallen genoemd. Maar goed, laten we aannemen dat het in 1908 was, dat George Went Hensley geïntrigeerd werd door de hierboven geciteerde passage uit het evangelie van Marcus. Als zijn geloof sterk genoeg was, zou hij dus straffeloos bijvoorbeeld gifslangen kunnen hanteren. Hij trok naar White Oak Mountain in de buurt van Ooltewah in Tennessee en bad God om een teken dat hij de juiste gedachten had over het opnemen van slangen. Dat teken kreeg hij, want er kroop een ratelslang te voorschijn die hij oppakte zonder gebeten te worden. Gewapend met deze slang ging hij naar de Grasshopper Church of God, waar leden van de kerk zijn voorbeeld volgden. En zo is het gekomen.

Hensley's volgelingen zijn meestal boeren en mijnwerkers van de landbouwgebieden van Oost-Kentucky, Tennessee en delen van Virginia en Noord-Carolina. Zij zijn nakomelingen van vroegere Engelse en Ierse kolonisten en hebben een streng protestantse achtergrond. Meestal komen ze uit grote gezinnen waar het leven voor een groot deel opgaat aan de meedogenloze strijd om het bestaan. Zij leven volgens de letter van de bijbel en ontzeggen zich nogal wat zaken die voor anderen het aantrekkelijke van het leven uitmaken: zij kijken geen films, roken niet, drinken geen alcohol, koffie en thee, ze gebruiken al helemaal geen drugs. Overspel, liegen, crimineel gedrag horen niet tot hun dagelijkse praktijk (al gaat het boek van Covington over ene Glenn Summerford, die ervan beschuldigd werd zijn vrouw te hebben willen doden met behulp van de ratelslangen die voor de dienst gebruikt werden - Covington 1995).

In de loop van de tientallen jaren dat deze manier van religieuze beleving gepraktiseerd wordt, zijn nogal wat gelovigen gebeten en velen daarvan zijn ook gestorven aan de gevolgen daarvan. De beten werden op verschillende plaatsen toegebracht: in gezichten, nekken, handen en in de onderste ledematen. Ook in dit opzicht is Hensley zijn navolgers voorgegaan: maar liefst 400 keer (sommigen reppen over 446 keer!) zou hij tijdens het slangen hanteren gebeten zijn, voor het laatst op 24 juli 1955, toen hij door een ratelslang van anderhalve meter in zijn rechterpols werd gebeten en, niet al te lang daarna, bloedspuwend het leven verliet. Om die reden ondervinden snake handling believers veel oppositie van overheidszijde. Zij trekken zich evenwel niets van wereldlijke ge- en verboden aan, want in hun optiek is datgene wat in de bijbel staat ver verheven boven wat de mens verordonneert. Sommige believers verdwijnen dan ook bij tijd en wijle voor enige tijd achter de tralies.

Gelovigen hanteren tijdens diensten pas slangen, als zij ervan overtuigd zijn dat hun vertrouwen in God sterk genoeg is om een slang hun wil op te leggen en niet gebeten te worden. Als dat  tóch gebeurt (geloof is geen garantie om niet gebeten te worden: 'de Heer zei neem de slangen op, hij zei er niet bij dat ze niet zouden bijten'), weigert het slachtoffer medische hulp en vertrouwt opnieuw op God. Soms loopt dat goed af - zoals ruim 400 keer bleek bij Hensley zelf - en hanteert een ervaringsdeskundige enige tijd later opnieuw slangen. Maar menigmaal loopt een dergelijke beet fataal af. Het hierna te noemen boek van Thomas Burton geeft daar ettelijke voorbeelden van.

Intussen blijft het natuurlijk raadselachtig hoe het komt dat er niet meer slachtoffers vallen tijdens dergelijke diensten. Er zijn allerlei proeven genomen. Weinig wetenschappelijke, zoals het inbrengen van gemartelde, agressieve slangen (bewerkt met whiskey en zwarte peper!), om te kijken hoe het hanteren ervan zou uitpakken, maar ook puur wetenschappelijke, waarbij believers zich vóór en ná de dienst vrijwillig onderworpen hebben aan bijvoorbeeld bloedonderzoek en waarbij ook de slangen zelf voorwerp van onderzoek zijn geweest. Een opvatting die ik elders niet bevestigd heb gezien, geeft Saunders. Hij maakt melding van de vermoedens van sommigen, dat de trance-toestand waarin de gelovigen verkeren de bloedsomloop vertraagt; hun koude handen zouden de koudbloedige reptielen traag en passief maken (Saunders, 105).

Hoewel ik zelf gelovig ben, heb ik een hekel aan religieus fanatisme, ongeacht van welke zijde dat komt. Daarom bekeek ik de snake handling believers uit het programma van Discovery toentertijd met de nodige scepsis. Inmiddels ben ik veel boeken en artikelen verder en heb ik enigszins een idee gekregen van de achtergronden van de Holiness-kerken. Hun fanatisme is me nog steeds vreemd (ze weten als enigen ter wereld precies wat Gods bedoeling is en hoe ze Zijn woord moeten interpreteren), maar ik heb in de loop der tijd geleerd hun beleving met respect te beoordelen. Of anders gezegd, zoals Scott Schwarz zijn boek begint: 'Before you judge anyone, you must walk a mile in their shoes' (Schwarz 1999, ix).
  

Dankwoord

 

Mike DuBose en J.B. Collins waren zo vriendelijk toestemming te geven om het bij dit artikel gebruikte fotomateriaal te publiceren. Ik ben hun er zeer erkentelijk voor. 
 

Beperkte literatuur

 

Barre, W. la, They shall take up serpents. Psychology of the southern snake-handeling cult. Minneapolis, 1962. Het beste boek van de hier genoemde, dat niet alleen veel informatie over de snake handling believers bevat, maar ook tal van andere interessante gegevens over slangen. Ik bestelde het, zoals de overige Amerikaanse boeken, bij Amazon.com; de prijs is ± $ 16,50. 
Burton, Th. Serpent-handling believers. The University of Tennessee Press. Knoxville, 1993. Mooi boek met tal van foto's en veel inside-information. Prijs ± $ 20,-. 
Covington, D., Salvation on Sand Mountain. Snake Hand­ling and Redemption in Southern Appalachia. Reading, Massachusetts enz., 1995. Verslag van het proces tegen Glenn Summerford. Met een betrokken Covington die uiteindelijk ook slangen hanteert. Prijs ± $ 20,-. 
Saunders, N., Dier en mens. De spirituele samenhang tussen dierenwereld en menselijke cultuur. Utrecht /Antwerpen, 1996. 
Schwarz, B., 'Ordeal by Serpents, Fire and Strychnine. A study of Some Provocative Psychosomatic Phenomena'. In: Psychiatric Quarterly, 1960, 405-429. Wetenschappelijk artikel met objectieve verslaglegging t.a.v. het hanteren van slangen, het drinken van strychnine en hanteren van kerosinebranders. Opmerkelijke informatie. 
Schwarz, S., Faith, serpents and fire. Images of Kentucky Holiness Believers. University Press of Mississippi, 1999. Prachtig fotoboek met, net als het boek van Burton, veel inside-information. Prijs ± $ 23,-. 

Eerder verschenen in Litteratura Serpentium 20, 2000, 24-28.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now