SNAKE CHARM

 

Marilyn Nissenson & Susan Jonas

Harry N. Abrams, Inc. Publishers. New York, 1995. ISBN: 0-8109-4456-1. Prijs: ƒ 40,-.

Bij het begrip 'slangenbezwering' zullen de meeste mensen waarschijnlijk denken aan een uitgeputte cobra met dichtgenaaide bek, die zich moei-zaam uit een mandje opricht en die de indruk wekt te ‘dansen’ op de dwin-gende tonen van een fluit spelende bezweerder. Over dit soort slangen-bezwering gaat het boek van Marilyn Nissenson en Susan Jonas nadruk-kelijk niet. Integendeel: het is hier niet de mens die de sláng bezweert, maar andersom. In dit schitterende boekwerk, waarin tekst en illustraties om voorrang strijden om de aandacht van de lezer/kijker te trekken, doen de beide schrijfsters verslag van de fascinatie die de mensheid vanaf haar prille bestaan voor de slang heeft gevoeld. Degenen die niet zo geïnteres-seerd zijn in de rijke cultuurhistorie van de slang doen er goed aan dit boek vooral niet aan te schaffen; ze kunnen trouwens ook stoppen met het lezen van deze bespreking.


Voordat je aan daadwerkelijk lezen toekomt, dien je eerst een zestiental pa-gina’s met illustraties om te draaien, pas dan kom je bij de inleiding. Wat er vóór de inleiding te zien is, geeft uitstekend weer wat je zoal aan inhoud kunt verwachten: een archeologisch borstschild in de vorm van een twee-koppige slang die eens thuishoorde in de Azteekse cultuur van eeuwen ge-leden; een suggestieve gouache-aquarel van Morris Graves uit 1938-1939, voorstellende een slang en de maan; een tekening van de beruchte kop van Medusa; een kostbare, gouden slangenbroche; een olieverfschilderij van de Italiaanse, renaissancistische schilder Paolo Uccello (1397-1475) waarop Sint-Joris de draak verslaat waarbij een schone maagd hem steunt met haar gebeden; bijbelse taferelen zijn natuurlijke onontkoombaar (ze komen in het hele boek overvloedig voor): twee panelen uit 1507 van Albrecht Dü-rer, waarop Adam en Eva op het punt staan Jahweh’s gebod te overtreden door een fikse hap te nemen uit een appel van de boom der kennis - dat de slang op het paneel van Eva staat afgebeeld, was te verwachten. We zien op een potloodtekening van Michelangelo Cleopatra zelfmoord plegen met een gifslang, en verder een stilleven met o.a. een slang, een pot met slangen-versiering en een Peruviaans offervat uit de eerste eeuwen van onze jaar-telling in de vorm van een mensengedaante, waarbij een slang haar aan-dacht richt op dát lichaamsdeel van deze figuur waarvoor zij in tal van cul-turen zelf symbool staat. En de illustraties gaan maar door, ook ná de inlei-ding. Ze omspannen een periode van eeuwen vóór Christus tot in onze eeuw en leggen op die manier getuigenis af van de belangrijke rol - positief of negatief - die slangen gespeeld hebben of nog spelen in de mondiale cultuurgeschiedenis.

En wie begint aan de inleiding, krijgt een boeiend relaas te lezen over de b-etovering, de symboliek die van slangen uitgaat en die van alle tijden en van alle volkeren is. Maar ook lees je over de haat die ze oproepen, het gevaar dat ze kunnen betekenen, de dood die ze kunnen veroorzaken. Je leest over de ogenschijnlijke fabeltjes die de Romeinse schrijver Plinius (eerste eeuw na Chr.) over hen (zoals trouwens ook over andere dieren) ver-zameld heeft en waarin bijvoorbeeld Middeleeuwse illustrators inspiratie hebben gevonden voor hun aandeel in de productie van bijvoorbeeld een bestiarium. Slangen zijn in de loop der eeuwen vergoddelijkt, hadden een substantieel aandeel in de schepping en instandhouding van de aarde, be-schermden gezinnen, bemiddelden tussen hemel en aarde en nogal wat go-den in verscheidene pantheons zijn van herpetologische komaf.

Behalve de boeiende inleiding kent Snake Charm nog zeven hoofdstukken: ‘Deities and Power’; ‘The Tempter: in the Garden’; ‘After the Fall’; ‘Dragons and other Fanciful Creatures’; ‘The Snake Observed’; ‘The Jeweled Serpent’ en als zevende hoofdstuk ‘Snake Charm’. Een selectieve bibliografie, een index, dankwoord en illustratieverantwoording sluiten dit 160 pagina’s dikke boek af.

In de successieve hoofdstukken tref je veel wetenswaardigheden aan. In het eerste bijvoorbeeld gaan de schrijfsters uitvoerig in op de goddelijke rol die slangen in sommige culturen hebben gespeeld. De oude Griekse, Egypti-sche, Chinese, Hindoestaanse, Indiase culturen, om er maar een paar te noemen, kennen duidelijk ofiolatrische (slangenvererende) aspecten. Maar we treffen er ook verwijzingen in aan naar de cultus van de ‘snake han-dling believers’ uit het verpauperde zuidoosten van de Verenigde Staten, waarin de slang de duivel symboliseert, een cultus die tot op de dag van vandaag zijn aanhangers nog heeft.

Hoe mensen in de westerse wereld over slangen denken, lijkt mij vooral in-gegeven te zijn door de bijbel: 'De slang was het sluwste van alle dieren in het wild, die Jahweh God had gemaakt.’ Nog in hetzelfde vers van het boek Genesis maakt de slang deze kwalificatie meer dan waar: ‘Zij sprak tot de vrouw: Heeft God u dan werkelijk verboden van de bomen in de tuin te eten?' Vijf verzen later is de teerling geworpen: de mens plukt een vrucht van de boom der kennis en eet ervan. Alvorens hem daarvoor te straffen, rekent Jahweh God af met de slang: 'Omdat ge dit gedaan hebt, zijt ge vervloekt Onder alle tamme en wilde dieren; Op uw buik zult ge kruipen, Stof vreten uw leven lang.' Bijgevolg is het in de hele Christelijke wereld niet meer goed gekomen met de slang. Op tal van plaatsen wordt er in de bijbel aan haar gerefereerd met een negatieve connotatie en degene van wie bekend wordt dat hij slangen heeft, moet vaak tal van vooroordelen aanhoren en ontmoet zelden oprecht geïnteresseerden in zijn huisdieren.

Vanzelfsprekend heeft deze kleurrijke, bijbelse passage tal van kunstenaars geïnspireerd. Ik zei het hierboven al terloops: bijbelse taferelen komen in Snake Charm in overvloed voor. Ik wil er op deze plaats één bijzonder gegeven uithalen. Wie de afbeeldingen van de verleiding van Eva bekijkt in het boek van Nissenson en Jonas (of dergelijke voorstellingen uit andere boeken kent), zal verbaasd zijn over de vormgeving die de duivel in slangengedaante van de successieve kunstenaars heeft gekregen. We zien immers slangen die tegenwoordig alleen nog maar op de lachspieren zullen werken: een wel erg macabere voorstelling is die van Eva in combinatie met een figuur die de duivel wel zal moeten verbeelden en een wel erg vreemde slang (pag. 50); soms is de bijbelse slang uitgerust met vleugels (pag. 51), er zijn nogal wat slangen bij met een vrouwenhoofd (pag. 54), of is een slang meer zoogdier dan reptiel (pag. 57), en dat gaat zo maar door. Dergelijke af-beeldingen in het boek dateren vanaf de 8ste of 9e eeuw van onze jaar-telling tot eind vorige eeuw. En zelf heb ik nog een afbeelding bewaard uit 1991 van de hand van de Nederlandse dichter-schilder Lucebert, die ook de verleiding en de val van het eerste mensenpaar tot onderwerp heeft.

Ik wist niet dat aan de uitvoering van de slang in een verleidingsafbeelding te zien is of een kunstenaar katholiek of protestant is. Nissenson en Jonas beweren (pag. 52) dat katholieke schilders zoals Masolino, Raphael en Michelangelo de slang antropomorf (als een mens, en wel als een vrouw in dit geval) uitbeeldden, terwijl kunstenaars die onder Lutheraanse invloed stonden slangen slechts als slangen voorstelden. Zo’n laatste iemand was bijvoorbeeld Albrecht Dürer.

Over de zondeval en de rol die de slang daarin gespeeld heeft, is inmiddels vanuit tal van invalshoeken aardig wat geschreven. Ik vond het interessant in de bibliografie van Snake Charm onder meer een artikel van Henry A. Kelly aan te treffen, die een monografie aan de metamorfose van de slang uit het Aards Paradijs heeft gewijd met erg wetenswaardige informatie. Op deze manier wijst het ene boek of artikel het andere aan en blijf je lekker bezig.


De hoofdstukken die op het tweede volgen zijn niet erg lang, maar de schrijfsters hanteren een grote informatiedichtheid en geven een lezer tal van aanleidingen om een bijzonder gegeven nader te bekijken. Dat geldt bijvoorbeeld voor het hoofdstuk over ‘Dragons and other fanciful creatures’, waarin in kort bestek onder meer basilisken en draken de revue passeren. En dat alles gelardeerd met prachtige illustraties.


'The Snake Observed' is een hoofdstuk van de inhoud waarvan ik niet veel afwist. De schrijfsters behandelen een aantal in slangen geïnteresseerde historische figuren die prachtige voortbrengselen op hun naam hebben staan. Mensen bijvoorbeeld, die hun natuur geobserveerd hebben, en bij gebrek aan (digitale) foto- en videocamera’s moesten tekenen en inkleuren wat ze zagen. Natuurvorsers als Albertus Seba (1665-1736), Mark Catesby (1682/3-1749), John James Aubundon (1785-1851) en nog ettelijke anderen waren natuurliefhebbers die hun waarnemingen neergelegd hebben in prachtige boeken. Catesby blijkt alle exemplaren van zijn The Natural History of Carolina, Florida, and the Bahama Islands zelf met de hand te hebben ingekleurd. En natuurlijk staan daar prachtige reproducties van in Snake Charm. Wat moeten dergelijke boeken nu zeldzaam en dus kost-baar zijn.


Wie op een slangendag niet alleen naar slangen kijkt, maar ook de ménsen die in slangen zijn geïnteresseerd in de gaten houdt, ziet vaak opvallende individuen. Tatoeages, slangen-piercings, kettingen, ringen, opschriften op jasjes en t-shirts, soms gecumuleerd in één persoon, blijkbaar hebben velen niet genoeg aan terraria met slangen erin, maar hebben ze er ook behoefte aan hun liefde ervoor zichtbaarder uit te dragen. Van deze mensen zou het mij niet verbazen, als ook de inrichting van hun huis getuigt van hun hobby. Zij in het bijzonder kunnen hun hart ophalen aan de laatste twee hoofdstukken: ‘The Jeweled Serpent’ en ‘Snake Charm’. Voor tal van voor-werpen, van sieraden tot praktische gebruiksvoorwerpen als potten, staan-de schemerlampen, tassen, theepotten e.d. hebben edelsmeden, ontwerpers, couturiers en vele andere artistiek begaafden hun inspiratie in de slangen-wereld gevonden. Vooral één schilderij vond ik erg leuk in dit boek aan te treffen: op pagina 151 staat een olieverfschilderij van Piero di Cosimo afgebeeld, voorstellende een Italiaanse dame met een slang om haar hals. Ik weet uit andere cultuurhistorische werken, dat men in de Oudheid de slang niet alleen zag als een chtonisch wezen en heerser van het Dodenrijk, maar dat men haar ook als huisslang een beschermende functie toekende. De Grieken bijvoorbeeld, stelden zich hun voorvaderen, in het bijzonder de heldhaftigen onder hen, voor als slangen. Werden de voorvaderen in het begin in de gedaante van een slang als huisgoden vereerd, in de laat-Antieke tijd evolueerden die tot tamme huisslangen, waarvan er in iedere woning vaak meer dan één exemplaar aanwezig was, bijvoorbeeld van beide geslachten één. Bij de Romeinen tenslotte devalueert de slangachtige huisgod tot een simpel speeltje: Romeinse schonen gebruikten bij warm weer slangen om hun hals en boezem te verkoelen, waarbij ik uit een gedicht van de Romeinse dichter Martialis heb begrepen, dat daar zelf ijsgekoelde cobra’s voor werden gebruikt. Ik vind het aardig om een dergelijk cultuurhistorisch gegeven aangevuld te zien met een afbeelding uit vergleden tijden.


Snake Charm is een intrigerend boek. Het kijk- en het leesgedeelte hebben ieder hun eigen charme: de tekst, omdat de schrijfsters kans hebben gezien om in een kort bestek erg veel wetenswaardigheden te vertellen die uitnodigen tot verder lezen in andere boeken; de illustraties zijn bijzonder, omdat ik geen boek ken waarin zoveel over slangen te zien is - en dat terwijl er niet één 'echte' slang in voorkomt - vanuit zoveel verschillende, ook weinig voor de hand liggende invalshoeken. Zeer de moeite waard.

Tekening van Jos Collignon in De Volkskrant van 12 januari 2002 n.a.v. genetische modificatie.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now