top of page

THE GREAT SERPENT MOUND

​

Verspreid over heel Noord-Amerika zijn er zo’n 100.000 door mensenhanden opgeworpen aarden heuvels te vinden. Een groot aantal daarvan ligt in het dal van de Ohio, maar ook aan de oevers van de Illinois en de Mississippi, vanaf de Grote Meren tot aan de Golf van Mexico. Deze heuvels variëren in grootte, bouwmethode, functie en vorm.

​

Een heel bijzondere heuvel, wellicht zo’n tweeduizend jaar geleden opgeworpen,[1] is te vinden in Ohio, in Adams County en strekt zich uit langs de Brush Creek, op een punt dat ‘Three Forks’ heet, nabij afrit 1014. Deze formidabele heuvel staat bekend als the Great Serpent Mound. Het betreft een aarden wal die zo’n 381 meter lang is, een meter of zes breed en ongeveer 1,20 meter hoog, die zich door het landschap slingert. De wal lijkt op een slang die zich ontkronkelt en die daarbij het veelbetekenende aantal van zeven kronkels laat zien, terwijl er nog drie in de staart resten. Er bestaan vermoedens dat deze Effigy Mound, zoals terpen die een (dierlijke) beeltenis representeren genoemd worden, voor een ceremonieel doel is opgericht. Wie indertijd dit uitdagende karwei heeft ondernomen, is onbekend. Men vermoedt dat het een relict is van de zogenaamde Mound Builders (grafheuvelbouwers[2]), van wie het Adena-volk een belangrijke vertegenwoordiger is geweest. Onderzoek van de aarden wal heeft jammer genoeg geen dateerbare artefacten opgeleverd.

​

Het exceptionele van deze wal is niet van meet af aan onderkend. Tot 1886 was hij zwaar gehavend door schatzoekers en andere nieuwsgierigen. Ook bodemerosie had haar partij meegeblazen bij het verval. Op enig moment was er zelfs sprake van, dat er een korenveld op zou worden aangelegd. Gelukkig stak F.W. Putnam van het Peabody Museum van de Harvard University daar indertijd en bijtijds een stokje voor. Hij behoedde deze plek voor die rampzalige ingreep en herstelde hem.

 

Indrukwekkend is de kop van de slang: de wijd opengesperde kaken lijken een ei te willen grijpen en verslinden. De ellipsoïde die dit ei verbeeldt, bestaat uit een aarden verhoging die perfect regelmatig van vorm is en assen heeft van 48 x 24 x 1,2 meter. Op deze ellipsoïde ligt een cirkelvormige verhoging van door vuur aangetaste stenen, die vermoedelijk in het midden hebben gelegen, maar door een onwetend iemand, op zoek naar een schat wellicht, overhoop zijn gehaald (Squier & Davis 1998, 97). Het zijn deze geblakerde stenen die de hierboven genoemde hypothese van de ceremoniële functie hebben ingefluisterd.

 

Sommige onderzoekers veronderstellen een verband tussen de aarden slang in Adams County en het sterrenbeeld Draak. Met name de ster Thuban (Alpha Draconis) in dit sterrenbeeld zou belangrijk zijn, want vanwege de precessie van de aarde stond de noordelijke hemelpool zo’n 2700 jaar geleden in de buurt ervan. Thuban was toen de Poolster (nu is Polaris dat - Wikipedia). Een verband tussen het sterrenbeeld Draak en door mensen opgerichte bouwwerken is minder onwaarschijnlijk dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Ik herinner me van een bezoek aan de piramides van de Zon en de Maan in de ruïnestad Theotihuac in de buurt van Mexico-City, dat de gids vertelde over het verband tussen dit sterrenbeeld en het grote aantal nog niet opgegraven tempelruïnes dat zich kilometers ver de jungle in slingerde. Het heeft er alle schijn van, dat zich op die weidse plek een afspiegeling bevindt van Draco, gevormd door de lijnen die te trekken zijn tussen de vele tempels die er moeten hebben gestaan en nog staan. Overwoekerde ruïnes konden zelfs getraceerd worden door het sterrenbeeld als plattegrond voor de vermoedelijke vindplaatsen te gebruiken. De piramides die tot nu toe aan de natuur ontworsteld zijn, passen in ieder geval precies op corresponderende plaatsen van het sterrenbeeld Draak.

 

In het verlengde van bovenstaande astronomische invalshoek zijn er onderzoekers die in de ellipsoïde die op het punt staat door de slang verorberd te worden (of misschien wel uitgespuugd!) dan ook geen ei zien, maar eerder de zon. Dat de zon in vroegere culturen en religies een niet te overschatten rol speelde, zal door niemand worden betwist, want overal ter wereld zijn daar indrukwekkende relicten van bewaard gebleven. Een simpele zoekopdracht in Wikipedia met het trefwoord ‘zonnegodsdienst’ levert een overvloed aan voorbeelden op.

​

Vooralsnog blijf ik met minstens één intrigerende vraag zitten. Op Wikipedia wordt melding gemaakt van een mogelijke relatie tussen the Great Serpent Mound en de solstitia (zonnewenden) en equinoxen (dag- en nachteveningen) van de zon. Daar zou ik wel eens meer over willen weten. Ik wil graag aannemen dat dat verband er is, want op andere plaatsen, bijvoorbeeld in de Mexicaanse ruïnestad Chichén Itzá blijkt er een verbluffende relatie te bestaan tussen astronomische omstandigheden en architectonische bijzonderheden van de piramide van Kukulcan (Van der Voort 2012, 113-117). Ik nodig degene die daar gedetailleerder over kan vertellen graag uit om niet alleen mij, maar ook de lezers van Litteratura Serpentium daarover te informeren. Ook als u ooit een bezoek aan the Great Serpent Mound hebt gebracht, zou ik daar graag uw bevindingen over willen lezen.

 

Intussen is het gevaar voor the Great Serpent Mound nog niet verdwenen. Zijn het vandaag de dag niet onwetendheid en natuurkrachten die dit unieke monument bedreigen, nu komt het gevaar vanuit dezelfde hoek waar alle moderne vooruitgang – dus afbraak van het oude – aan te danken en te wijten is: geld! Landontwikkelaars azen op dit unieke stuk natuur om money te maken door er een kunstmatig meer aan te leggen met een resort voor de happy few, en ontginningsmaatschappijen zouden er graag naar olie, gas en uranium willen boren (Zimmerman 1996, 106). Hopelijk wordt daar opnieuw en op tijd een stokje voor gestoken en wordt het gebied met dit unieke relict op de Werelderfgoedlijst van Unesco gezet. In ieder geval zijn de eerste stappen daartoe al gezet (Historic Site Management Plan for Serpent Mound). Laten we hopen dat die niet te laat komen.

​

[1] Het laatste woord over de onstaansdatum is nog niet gesproken. Diverse wetenschappelijke onderzoeken, zelfs soortgelijke op basis van de bekende C14-methode, komen tot verschillende bevindingen: van 300 vóór Christus tot 1000 erna (Internetreferentie 3).

[2] Zo worden de volkeren genoemd die tussen 1000 voor Chr. en 1200 na Chr. leefden in de huidige Verenigde Staten. Er is erg weinig over bekend.

De mens als prooi

 

In Litteratura Serpentium jaargang 30 (2010), heeft Ruud de Lang een interessante bijdrage geschreven over rampzalige ontmoetingen tussen mens en reuzenslang. Uit recente berichtgeving blijkt dat zijn artikel van toen nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Onderstaande verschrikkelijke gebeurtenissen moeten dan ook gezien worden als een bescheiden toevoeging aan zijn lange lijst van gevallen, die liep tot aan 2010.

 

In The Guardian van 26 oktober 2022 berichtten Rebecca Ratcliffe en Reno Surya over een 54-jarige plantagewerkster op Sumatra, die ten prooi was gevallen aan een python van zo’n zeven meter. Jahrah, zoals de vrouw heette, was ’s morgens naar haar werk vertrokken, maar ’s avonds niet teruggekeerd naar huis. Haar man rapporteerde haar vermissing en ging naar haar zoeken. Op de plek waar ze gewoonlijk werkte, trof hij enkele attributen van haar aan: haar sandalen, haar hoofddoek,  jasje en de gereedschappen die ze gebruikte voor haar werk. Hij alarmeerde anderen en niet al te lang daarna ontdekten ze vlak bij de plaats waar de vrouw was verdwenen, een python. Het dier werd er al snel van verdacht iets te maken te hebben met de verdwijning van de vrouw, en nadat het was gevangen, troffen ze de vrouw inderdaad in de maag van het dier aan. Normaliter prederen pythons op kleinere prooien en zijn menselijke slachtoffers zeldzaam. Er is waarschijnlijk sprake geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden: een hongerige python van een behoorlijke lengte en een potentiële menselijke prooi, die wellicht qua postuur geen probleem heeft opgeleverd; of mogelijk heeft de vrouw de python tijdens haar bezigheden verstoord, daardoor een schrikreactie bij het dier teweeggebracht, met rampzalige gevolgen.

 

De schrijvers memoreren in hetzelfde artikel een voorval uit 2018, waarbij een reusachtige python op het eiland Muna bij Sulawesi een vrouw had verzwolgen. Ze was haar tuin in gegaan die aan de voet van een rots lag, waarvan het bekend was dat slangen in de grotten ervan leefden. In 2017 was een boer op Sulawesi ook slachtoffer geworden van een hongerige python. Olivier en Hope vermelden beiden ettelijke, deels dezelfde, verhalen over mensetende slangen. Soms zijn het verhalen van ‘horen zeggen’ – met alle onbetrouwbare gevolgen vandien, maar er is ook sprake van verslagen die gerenommeerde herpetologen hebben opgetekend en die daarom geloofwaardiger zouden moeten zijn. Vaak blijken mensen inderdaad wel eens te zijn opgegeten door pythons of anaconda’s, maar evenzovele keren hebben dergelijke slangen weliswaar mensen gedood, maar hun prooi vervolgens niét verorberd. Dan zou er sprake kunnen zijn geweest van een vergissing van de slang of een onvoorzichtigheid van de mens.

 

Niettegenstaande de vele reportages die berichten over reuzenslangen die mensen eten, zijn herpetologen het er met elkaar over eens, dat slangen weliswaar mensen kunnen doden, maar dat zelden doen. Reuzenslangen kunnen veel grotere prooien dan mensen aan en het is dan ook intrigerend waarom er zo weinig mensen ten prooi vallen aan pythons en anaconda’s. Mensen zijn immers relatief zwak, hebben geen scherpe klauwen en reusachtige kaken om zich te verdedigen. Dat is met de gebruikelijke prooien van pythons en anaconda’s wel anders.

 

Bizar zijn de vele broodje-aapverhalen, die slangenhouders waarschuwen voor slechte intenties van hun reuzenslangen. Internet en Youtube staan er vol mee. Het bizarst is wel het verhaal van een slangenhoudster die met haar python in bed sliep. Het dier zou op enig moment gestopt zijn met eten en zich naast haar uitgerekt hebben, alsof hij haar wilde opmeten. Toen de vrouw met een dierenarts over deze verschijnselen sprak, schrok die, en zou de vrouw gezegd hebben dat haar lievelingsdier voorbereidingen aan het treffen was om haar op te eten. Mensen die méér kennis van slangen dan de dierenarts hadden, ontzenuwden de waarschijnlijkheid van deze verklaring op overtuigende wijze.

 

Er mag één gebeurtenis, gerelateerd aan dit onderwerp, niet onvermeld blijven. Die betreft de actie van Paul Rosolie, die zich uit idealistische overwegingen liet verslinden door een anaconda. Rosolie is al jarenlang werkzaam in het Amazonegebied, en ziet met lede ogen de teloorgang van dat leefgebied van zoveel dieren en planten aan. Hij wilde daar een discussie over uitlokken en riep daarbij de hulp van een anaconda in. Het interview met Paul is terug te vinden op de site van Televizier op de datum 1 december 2014. Het blijkt dat zijn actie de nodige weerstand opleverde en dat een petitie van Discovery om uitzending van de reportage te voorkomen, door 40.000 mensen werd gesteund. Die hadden allemaal medelijden met de slang, terwijl er vanwege de (moedwillig aangestoken) branden in het Amazonegebied, branden waartegen hij nou net met zijn stunt wilde protesteren, tijdens Pauls stunt duizenden slangen verbrandden. Een petitie om het regenwoud te beschermen kreeg  slechts 159 handtekening! Op Youtube is een video te zien waarin de anaconda – het zal wel een exemplaar van Eunectus marinus zijn geweest - weinig moeite schijnt te hebben met het verorberen van zijn belager. Paul Rosolie was gekleed in een speciaal pak met een zuurstofvoorziening en contactmogelijkheden met het team dat kon ingrijpen, en werd pas verzwolgen, nadat hij de anaconda daartoe met pesterijen had uitgenodigd. Hij is al tot zijn middel in de slang verdwenen, als het filmpje stopt. Uit het interview blijkt, dat Paul de nodige beschadigingen heeft opgelopen, maar dat de anaconda weinig last schijnt te hebben ondervonden van zijn ongewilde zwelgpartij. Het was niet de bedoeling van Paul Rosolie om te bewijzen dat reuzenslangen mensen kunnen opeten, maar hij heeft dat met zijn stunt wél gedaan.

 

Literatuur

Bellosa, H., Dirksen L., & Auliya, M., Faszination Riesenschlangen. Mythos, Fakten und Geschichten. München, 2007.

Olivier, James A., Snakes in Fact and Fiction. New York, 1958.

Pope, Clifford. H., The Giant Snakes. The natural History of the Boa constrictor, the Anaconda and the largest Pyhtons. New York, 1961.

Lang, Ruud de, ‘De netpython (Broghammerus reticulatus) en de mens eten elkaar: dieren, eet smakelijk!’ Litteratura Serpentium jaargang 30 (2010) 254-269.

​

Eerder gepubliceerd in Litteratura Serpentium 42 (2022), 163-167.

​

​

​

​

​

bottom of page