EEN OPMERKELIJKE ONTSNAPPING

 

Inleiding


In een bijdrage aan de tweede jaargang van Litteratura Serpentium kwalificeert Jan van der Schilt een ervaring met een Elaphe guttata emoryi als een Elaphe-'wonder' (Van der Schilt, 1982, pag. 110) Ik zou de ervaring die ik onlangs had met een nakweekdiertje uit 1990 van Elaphe guttata guttata niet als een 'wonder' willen betitelen, maar de gebeurtenis lijkt me niettemin aardig genoeg om er verslag van te doen.

  
Voorgeschiedenis

 

Op 18 juni 1990 kwam er een einde aan een voor mij spannende tijd: al een hele tijdhad ik 10 eieren van Elaphe guttata guttata in een broedstoof liggen, zoals die o.m. beschreven is door Ulf Olsen (Olsen, 1987, pag. 135). Het was om twee redenen een spannende gebeurtenis: op de eerste plaats betrof het een eerste legsel van het vrouwtje en het is dan altijd maar afwachten of ze er iets moois van heeft gemaakt; op de tweede plaats was het ook mijn allereerste kweek en het was maar de vraag of ik aan de theoretische voorschriften een goede praktische uitvoering had gegeven. 

Maar zoals gezegd: 18 juni maakte duidelijk, dat zowel het Elaphe-vrouwtje als haar baasje een en ander prima voor elkaar hadden gebracht: uit tien eieren kwamen even zovele jongen, met een voortreffelijke sexratio: vijf mannetjes en vijf vrouwtjes. Het uitkomen van deze eerste eieren was voor mij een spectaculaire gebeurtenis geweest. Bovendien verliep de eerste vervelling van de tien jongen voorspoedig en bleek ook het eten geen probleem te zijn: geen van de jongen hoefde ik te dwangvoederen. Dat was dus dat. Ik bracht ze alle apart onder in een rond plastic bakje met geperforeerde deksel; een stukje keukenrol zorgde voor enige schuilmogelijkheid en absorptie van ontlasting; water in een aluminium bakje van een waxinekaarsje voorzag het jong van drinken. Alle tien de bakjes plaatste ik in een terrariumpje van 60x35x35 cm (Ixbxh), gemaakt naar voorbeeld van Anton van Woerkom (Van Woerkom, 1986). Een lamp van 40 watt zorgde voor verwarming. Het glas waarmee het terrarium afgesloten moest worden liet ik echter weg, om de temperatuur niet ál te hoog te laten stijgen.

 
Toen na verloop van tijd bleek, dat alle jongen goed aten en ook anderszins geen problemen opleverden, heb ik ze allemaal bij elkaar in het bovenvermelde terrarium gezet. Telkens wanneer de jongen gevoerd moesten worden, plaatste ik ze echter weer even apart in een plastic bakje, tot de prooi verorberd was. 
  

Ontsnapping

 

Ik had mij flink verkeken op het formaat van de jonge diertjes en hun voortreffelijke instinct om ontsnappingsmogelijkheden te achterhalen: al na vier weken merkte ik tijdens het voeren (er stonden tien bakjes klaar, met tien nestmuisjes), dat ik een exemplaar miste. Géén van de overige dieren zag er gevulder uit dan de andere, zodat ik kannibalisme uitsloot en het dier dus wel ontsnapt moest zijn. 
Mijn terraria, ook dat van de jongen toen, staan in mijn studeerkamer en daarin tussen een paar duizend boeken zoeken naar een slangetje van pakweg 12-15 cm, was onbegonnen werk. Dat heb ik dan ook maar niet gedaan in de stille hoop, dat honger en dorst het beestje vroeg of laat weer in mijn handen zouden spelen.
  

Nog meer ontsnappingen

 

In de loop van het najaar had ik alle jongen verkocht op twee na. Deze heb ik na verloop van tijd in het grote terrarium bij de ouderdieren geplaatst. Eén van de twee was een matige eter gebleken, en was dientengevolge stukken kleiner en lichter gebleven dan het andere jong. Dit grote, voorspoedig groeiende jong duid ik in het vervolg aan met jong 1, zijn kleiner uitgevallen broer met jong 2. Dit kleine geval nu, heeft tot drie maal toe kans gezien om te ontsnappen. Door het niet goed aandrukken van de schuifruit op een aluminium strip, onstond een kleine spleet, waarvan ik pas later in de gaten kreeg dat het die in mijn ogen onmogelijke opening was die het dier in staat stelde te ontsnappen. Dat heeft het dan ook bij herhaling gedaan. Deze ontsnappingen leidden ertoe, dat ik, telkens als ik in mijn studeerkamer moest zijn, er rekening mee hield met het voortvluchtige serpent geconfronteerd te worden. Tot drie keer toe heb ik deze onverlaat zodoende in de kraag kunnen grijpen.
 

Een aangename en ongelooflijke verrassing

 

Het was op 27 april 1991, zowat tien maanden na de eerste ontsnapping uit het terrarium, dat ik 's avonds laat nog even in mijn studeerkamer moest zijn en ik voor mijn voeten iets zag wegkruipen. Enigszins geërgerd raapte ik voor de zoveelste keer, dacht ik, het jong op dat al drie keer eerder was ontsnapt. Ik had naar mijn overtuiging het diertje na alle vorige keren geen enkele gelegenheid meer tot ontsnappen gegeven. Nou, dat klopte ook, want toen ik het licht in het grote terrarium aan deed, zag ik jong 2 op zijn vaste plaats liggen. Het kon dus niet anders zijn, dan dat ik het diertje in handen had dat tien maanden eerder ontsnapt was (= jong 3). Bij nader inzien was dat ook juist: het had al een tijdje niet meer gegeten, terwijl haar broer in het terrarium die middag twee behaarde nestmuizen had gegeten die duidelijk zichtbaar waren. Bovendien moest het diertje dat ik in handen had pas verveld zijn, iets wat het ‘terrariumdier' nog niet zo lang geleden had gedaan. Ik verwachtte, dat de verloren dochter een enorme honger zou hebben, maar dat viel mee: op 28 april at het dier één nestmuisje en weigerde meer te eten.
 

Enkele vergelijkende gegevens

 

Het is interessant om te bekijken wat voor gevolgen de ontsnapping voor de groei en ontwikkeling van jong 3 heeft gehad. Op 28 april heb ik jong 1, 2 en 3 gewogen. Hun gewicht was respectievelijk 50, 25 en 10 g. Jong 3 is dus nogal achtergebleven qua gewicht. Ook het lengteverschil is veelbetekenend: jong 1 is ± 62 cm lang, jong 2 is 42 cm, terwijl jong 3 toch nog een lengte van 38 cm heeft weten te behalen in zijn papieren biotoop.
 

Een onwaarschijnlijke ascese

 

Ik vreesde, dat ik de nestmuizen niet aangehaald kon krijgen voor het teruggevonden diertje, maar dat viel alleszins mee. Pas op 4 mei at ze opnieuw een klein nestmuisje. Daarna weigerde ze hardnekkig alle aangeboden prooidiertjes ook maar één blik waardig te keuren. Ik vond haar niet fraaier worden van het vasten: ze was erg spichtig en weinig enthousiast. Tegen 15 mei werden haar ogen dof en constateerde ik andere symptomen van een naderende vervelling. Dat gebeurde op 23 mei. Mijn verwachting, dat het nu wat beter met haar zou gaan werd bewaarheid: nog diezelfde dag at ze een naakte én een al flink behaarde nestmuis. Dat deed ze met zoveel gretigheid, dat ik er alle vertrouwen in heb, dat ze aan een inhaalmanoeuvre met haar grote broer bezig is.


Vragen

 

Ondertussen rest mij nog de intrigerende vraag: waar heeft het ontsnapte slangetje zich al die tijd mee in leven weten te houden? De wintermaanden kunnen nauwelijks een periode van winterslaap voor haar zijn geweest, daar de temperatuur in mijn studeerkamer daartoe veel te hoog zal zijn geweest. Heeft het spinnen als voedsel gebruikt? Heeft het muizen te pakken gekregen? Hoewel ik tijdens de periodieke schoonmaakbeurten op de planken achter de boeken wel eens muizenkeutels tegenkom, heb ik daar nog nimmer resten van muizennesten aangetroffen. Bovendien had het diertje veel moeite met het naar binnenwerken van een net behaard nestmuisje, en ik betwijfel dan ook, of het een veel grotere muis als prooi zou hebben aangekund al die tijd. Dus toch spinnen? En dat is het eten, een ander probleem voor het dier zal het drinken zijn geweest. Het is mij een raadsel hoe het al die tijd zonder water heeft gekund. Toen ik het jong in het grote terrarium had gezet, ging het onderzoekend rondkruipen en kwam zodoende bij de waterbak terecht. Het bleef bij het constateren dat er water in zat, ik heb het diertje toen niet zien drinken, iets wat ik wél voordehandliggend vond.



Tot besluit


Toen ik enkele dagen na mijn opmerkelijke vangst mijn boekenbezit weer eens van de planken moest halen voor een algehele schoonmaakbeurt, trof ik op diverse plekken op verschillende planken resten van ontlasting aan, die vermoedelijk afkomstig waren van het jonge slangetje. Merkwaardig is echter, dat ik vooralsnog niet één enkele vervelling of resten daarvan ben tegengekomen, terwijl het diertje vermoedelijk wel meer dan één vervelling gehad zal hebben.
 

Literatuur

 

Olsen, U., 1987. De korenslang (Elaphe guttata guttata) in de natuur en in het terrarium, deel III, De kweek. Litteratura Serpentium, Vol. 7(3): 128-152. 
Schilt, J. van der, 1982. Een Elaphe-wonder'. Litteratura Serpentium, Vol. 2, 1982, 110-111. 
Woerkom, AB. van, 1986. Terrariumbouw, deel 1: Een snel te bouwen, eenvoudig terrarium. Litteratura Serpentium, Vol. 6, 1986. 202-211. 

Eerder verschenen in Litteratura Serpentium 11, 1991, 128-131.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now