DOPING VOOR EEN KRAIT

■ De Vlaamse auteur Jef Geeraerts - schepper van een omvangrijk literair oeuvre - heeft in de laatste politieroman waarin commissaris Vincke en inspecteur Verstuyft een rol spelen, De Cu Chi Case, een interessant herpetologisch gegeven gebruikt. De twee bovengenoemde politiefunctionarissen worden bij een wel erg gruwelijke moord geroepen: 
Een pastelkleurig bankstel, daarin een corpulente man met kortgeknipt wit haar, gekleed in een donkerblauw driedelig pak. Onder zijn kin stok iets uit dat op een eind isolatiepijp leek. Zijn mond stond open alsof hij iets wou zeggen. Zijn bleke ogen staarden naar een punt in de ruimte. De kleur van zijn hemd was niet te bepalen vanwege het bloed. Beide handen waren afgehakt. De polsen leken op twee stukken rauwe ossobuco (Geeraerts, 13). 

Me dunkt, dat je, als je zo wordt toegetakeld, weinig kans hebt om te overleven. Niettemin, de autopsie geeft aardige aanvullende elementen. Inspecteur Verstuyft vat ze als volgt samen: 
Doodsoorzaak: shock plus coma, en niet de doorboorde keel of bloedverlies. Dat was zo raar dat jood Süss (d.i. de bijnaam van de patholoog-anatoom - MvdV) verder is gaan zoeken.Wat raad je? ( ) In de hals ter hoogte van de linker carotide of halsslagader werden twee minuscule naaldwondjes aangetroffen met een lichte zwelling ten gevolge van infectie, veroorzaakt door een of onder neurotoxisch gif. Jood Süss vermoedt van een slang. De afstand tussen de wondjes is te klein voor een cobra of adder, dat heeft hij al vernomen van een collega aan de Universiteit (Geeraerts, 29). 

Het verdere onderzoek wijst uit, dat het slachtoffer gebeten is door een gele krait, Bungarus fasciata. De bijzondere eigenschappen van deze slang blijven niet lang geheim voor de Antwerpse politie. Op een briefing krijgen de betrokkenen bij het onderzoek dan ook al gauw de volgende informatie: 
De slang waardoor Sullivan werd gebeten heet Bungarus fasciatus of gele krait Haar biotoop beslaat heel Zuidoost-Azië en ze is een van de weinige gifslangen die alleen 's nachts bijten. Dus als de zon schijnt, is het een heel proper en discreet huisdier. Vietnamezen lopen er soms overdag mee rond hun nek maar vanaf het moment dat het donker wordt is ze agressief, haar beet is absoluut dodelijk en dat nog wel binnen enkele minuten.Je hebt zelfs geen tijd om serum in te spuiten. Het beest wordt tot een meter vijftig lang en is zo dun als jouw pink dus tamelijk dik. Ze is heel mooi, schijnt het. Geel met zwarte banden, heel Vlaamsgezind, dus jij hoeft niks te vrezen. Ze is van dezelfde familie als de cobra, de mamba, de taipan en de koraalslang, genaamd de elapiden (… ) Het gif bevat voornamelijk neurotoxines en weinig hemotoxines. Gevolg is dat vooral het zenuwstelsel wordt aangetast en in mindere mate het bloed. (… ) Plus duizeligheid, speekselvloed, verlamming van de gelaatsspieren, lopen, tong en larynx. De pols is zwak, de bloeddruk dook in vrije val, de ademhaling gaat alsmaar moeilijker met op het laatste totale verlamming, shock en coma.
(Geeraerts, 61-62) 

Nu staat Geeraerts erom bekend, dat hij niets schrijft, of hij heeft er gedegen onderzoek naar gedaan. Zo ook hier. Want wie bijvoorbeeld in Grzimek gaat bladeren, vindt een bevestiging van onder meer het gegeven dat een krait alleen 's nachts gevaarlijk is. Grzimek zegt het als volgt: 
Men kan hem overdag slaan, kwellen, steken, onthoofden, op de grond vastnagelen en weer losmaken - hij blijft flegmatiek tot aan zelfmoord toe, en voor zover ik weet, is het nooit iemand gelukt een geslachtsrijpe Bungarus overdag te laten bijten. (GrzimekV], 418) 

Merkwaardig is nu, dat degenen die een meer dan goede reden hadden om Sullivan te vermoorden, dat overdag hebben gedaan, dus op een tijdstip waarvan Grzimek zegt dat de gele krait niet tot bijten te bewegen is. Volgens Geeraerts echter is er wel degelijk een manier om de krait tot afwijkend bijtgedrag te brengen. In een herpetologisch centrum in Vietnam vraagt commissaris Vincke aan een Vietnamese herpetoloog: 
'Bijt een gele krait nooit bij klaarlichte dag, professor?'
‘Jawel, als ze wordt behandeld met stimulantia...'
'Welke soort?'
'Amfetamines.'
(Geeraerts, 174). 

Waarom nu dit alles verteld? Om een lang verhaal kort te maken: ik houd me al enkele jaren bezig met het slangenboek van de Middeleeuwse auteur Jacob van Maerlant. Het interessante van deze bezigheid is, dat het vaak zo is, dat Maerlant - en hij is exponent van een cultuur waarin eeuwenlang bijna kritiekloos van elkaar werd overgeschreven - opmerkingen maakt over slangen die nu eens apert onjuist lijken, dan weer eens nadrukkelijk ontsproten lijken te zijn aan de fantasie; hij geeft ook informatie die, als ze op het eerste gezicht al redelijk schijnt, toch niet altijd zonder voorbehoud als juist gekwalificeerd kan worden. Het achterhalen van de 'herpetologische waarheid' achter vermeende onzin vind ik een boeiende bezigheid. 

Bij één van de door Maerlant behandelde Middeleewse ‘serpenten’, de draco,vermeldt de auteur van een ander bestiarium,Topsell, dat er een Indiase draco-soort bestaat, die overdag niet verwondt, maar 's nachts wel. Het dier produceert een soort urine die ervoor zorgt dat al het vlees van levende wezens, wanneer het daarop terechtkomt, gaat wegrotten (Topsell, 161). 

Het probleem is nu, dat er geen antieke serpentensoort is waarin zoveel verschillende soorten slangen schuil gaan als in de draco-soort. Het zou aardig zijn, als daarin enige systematiek aangebracht zou kunnen worden. Met dit stukje hoop ik dan ook niet alleen bereiken, dat herpetologen die net als ik houden van een cultuurhistorische benadering van slangen, door het lezen hiervan enige bevrediging hebben ondergaan, maar ook dat degenen onder hen die méér informatie kunnen geven over de toxische eigenschappen ván en doping vóór een krait hun kennis in ieder geval aan mij willen doorgeven, maar liever nog in de vorm van een aanvullend artikel aan ook de lezers van Litteratura Serpentium.

 
Literatuur
Geeraerts, J, (1993). De Cu Chi Case. Antwerpen. 
Grzimek, B., 1973. Het leven der dieren. Deel VI. Utrecht. 
Topsell, E (1973). The Historie of Serpents or The Second Booke of liuing creatures. London, 1608. Reprint Amsterdam. 
Voort, M van der, (1993). Van serpenten met venine. Jacob van Maerlants boek over slangen hertaald en van herpetologisch commentaar voorzien. Hilversum. 

Eerder verschenen in Litteratura Serpentium 16, 1996, 113-115.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now