Glazenier v. d. Voort te Helmond leverde 'n viertal prachtige gebrandschilderde ramen

Maas- en Niersbode, woensdag 4 juli 1951.

GENNEP, 3 Juli. — Er begint schot te komen in de bouw van het Tehuis voor be­jaarden, dat in de westhoek van de city gebouwd wordt. Zowel de westelijke als de noordelijke vleugel zijn wat het exterieur betreft, helemaal gereed. En ook met het interieur is men al een heel eind gevorderd. Het is thans zó ver dat de eerste gasten reeds in de vleugel, welke parellel loopt met de Kerkstraat, zijn neergestreken. Fei­telijk is dat nog wat vroeg, want de verschillende localiteiten moeten nog een beurt hebben — het behangsel moet nog aangebracht worden en zo, doch van de andere kant is het enthousiasme om erin in te trekken, zó groot dat de mensen niet te houden zijn. De kleine ongemakken, die men zich nog moet getroos-ten, neemt men gaarne op de koop toe.

 

In de late herfst het gebouw geheel gereed

We hebben ons, nu niet via een tekening, doch in werkelijkheid kun-nen overtuigen van de gezellige ruimte, die de gasten, die van heinde en ver komen, ter beschikking krijgen (of reeds hebben). De gelijkvloerse verdieping zijn de 'huizen' met de meeste ruimte — twee kamers mèt — en daarin komen echtparen op jaren. Een etage hoger zijn de vertrekken voor de laten we zeggen woonsolisten, mannen of vrouwen op jaren, die hier hun rustige levensavond willen slij­ten. Hun wordt het allemaal erg gemakkelijk gemaakt. Hun zorgen zijn verdisconteerd in de maandelijkse vergoeding — zij krijgen prompt op tijd hun eten thuis gebracht, zij hoeven geen zorgen te hebben over de ver­warming en als ze hulp nodig hebben, wel­nu, de Zusters staan voor hen klaar. Bo­vendien is hun eigen initiatief inzake de gas-tronomie niet dood — de mensjes kun­nen naar believen een potje of wat dan ook extra voor zichzelf gered, makeri, want het oventje staat heel de dag ter hunner be­schikking.

Aan dit 'winkelhaak'-gebouw is geen luxe ten grondslag gelegd, wel gemakken. Ge ziet dat men zo efficiënt mogelijk ge­bouwd heeft. Dit echter juist maakt het zo aantrekkelijk. Eén verstolen blik door de lange witte gangen, aan welker einde men steeds weer op een electrische klok kijkt, overtuigt u daarvan.

Fraaie ramen

Iets bijzonders evenwel is echter de ingang, de hal. Daar is niet alleen het chronicum ingemetseld, maar het is een stemmig hoekje met de ruime trappen, die naar de éenpersoons vertrekken leiden. Een ge­dempt, gezeefd licht, fraai van kleuren, valt er door de prachtig ge-brandschilderde ramen. De laatste zijn het werk van de Helmondse kunstenaar v. d. Voort, die in deze hoek een drietal zeer nobele figuren in hun grote deugden heeft vastgelegd — het zijn Sint Nor-bertus, de patroonheilige van het huis, de H. Vincentius en de stichter van de Orde Mgr. Zwijssen. Al deze figuren tref­fen u door expressieve kracht. Bovendien zijn de kleuren welke erop aangebracht zijn, van een ongemene rijkdom, vooral ook om de harmonische verbonden-heid van het ge­heel.

Loopt men de lange gang door tot aan dc volgende hoek, dan komt men voor een groot gebrandschilderd raam, óok van v. d. Voort. Met het vervaardigen daarvan was hij streng aan een opdracht gebonden, om­dat dit het wapen van de Orde van de Zus­ters van Liefde is. Maar de kleuren, met in de kern de vlam, zijn de kenmerken van de jonge meester.

Noem dit allemaal luxe, voila. Maar als men weet dat al deze fraaie en zinvolle ra­men geschonken zijn door inwonenden van het huis, aannemer en uitvoerders, dan mag men dankbaar zijn  dat de kunst ook nog een kansje gekregen heeft haar intrede in dit Tehuis te doen.

De Noord-westelijke vleugel was wel het allereerst bewoond. Hier hebben de Eerw. Zusters hun cellen op de eerste etage. Deze zijn weer zo sober als men het zich maar denken kan. Alle ijdelheid is hier in de ban gedaan. Beneden is de grote recreatiezaal, het dagverblijf van Moeder Overste en an­dere lokaliteiten.

Nu nog het park

Al zijn dan ook reeds de eerste gasten gearriveerd, dat wil toch niet zeggen dat het Tehuis voor Bejaarden zijn voltooiing nadert. Noch het interieur is klaar, noch... buiten. Ja, daar aan de ingang en terzijde moet nog heel wat gebeuren, wil het 'aan­zien' hebben. Men ervaart spoedig dat het grote werk nog niet gereed is. Daarom dan ook dat allerlei materialen om zo te zeggen om de gebouwen liggen te slingeren en dat niet alleen aan het front in de Kerkstraat een breed hekwerk moet gebouwd worden, maar erger mist men misschien thans nog de beplanting — dat tikje fleurigheid. We kunnen er echter verzekerd van zijn dat ook dat in orde komt. Mensen, die een apar­te knobel daarvoor hebben, hebben reeds hun gedachten daarover laten gaan en men weet reeds precies wat het worden zal. Zo gauw het laatste plantje, dat aan de op­bouw herinnert, zal zijn weggeno-men, zal aan de plantsoenaanleg begonnen worden. Ook de binnen-plaats die aan de vergrote kapel grenst, zal een geduchte beurt krij- 

gen. Wie ovèr een jaartje hier rondwandelt, zal verwonderd staan over de metamorphose, welke dappere experts gewrocht zul­len hebben!

Het hoofdgebouw

Ook met het hoofdgebouw schiet men aardig op. Nog éen verdieping en... de om­trekken er van zijn afgepaald. Wan­neer het zover is, komt het ganse gebou­wencomplex pas voor goed tot zijn recht. Dan ook is een meer orthodoxe lijn verkre­gen ten aanzien van het Marktplein, waar­van het fraaie stadhuis wel de exponent mag genoemd worden.

Arbeiders zijn druk aan de slag aan de voltooiing er van. Zoals de zaken er nu voorstaan, kan men er van op aan dat de herfst tegemoet kan worden gezien. Dat is een hele prestatie, doch gezien de voort­gang, welke de laatste weken gemaakt is, kunnen we daar wel op rekenen.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now