KUNST – EN RECLAME-ATELIER
SJEF VAN DER VOORT

 

De “ogen” van de techniek

 

Helmonds Weekblad donderdag 16 september 1948

 

Uit de stilte en de eenvoud van het Peeldorp Deurne zijn al zoveel kunste­naars te voorschijn getreden, dat wij hen niet meer kunnen tellen op de vin­gers van beide handen. Daar zijn schrij­vers, schilders en glazeniers, en de artisans van het edele ambacht, kun­stenaars, die allen dezelfde geaardheid hebben en die ook blijven bewaren, maar die heel verschillende wegen gaan, mensen met een volkomen eigen stijl waarin geen moment elkaars ver­wantschap terug te vinden is.


Ook Sjef v. d. Voort uit Deurne, die sedert een jaar in Helmond (in sa­menwerking met onze stadgenoot Smits) een kunst- en reclame-atelier heeft, is een van deze. In zijn ogen is nog altijd de diepte en het naar-turen-neigende die men ontmoet in de blik van hen die zijn opgegroeid met rond zich de wijdte van aarde en hemel, maar in zijn werk is geen overeenkomst met dat van zijn dorpsgenoten. Komt het misschien doordat v. d. Voort zijn dorp ontvluchtte om in Brussel en Pa­rijs de teken- en schildertechniek te gaan leren, en heeft daar misschien niet veel van de „eigen wereld" plaats gemaakt voor de nieuwe wereld, die altijd geboren wordt uit de techniek? Uiteraard zal het zo zijn. Alvorens men in Brussel een gouden medaille krijgt uitgereikt, moet er heus wel wat zijn geschaafd en geleid.


Sjef v. d. Voort beweegt zich op een uitgestrekt terrein. Hij ontwerpt alles op het gebied van reclame, en voert dat ook uit: het ontwerpen van étalage’s, cliché’s, décors. Maar ook komen onder zijn hand uit knappe muurschilderingen zoals die in café Cox in de Ameidestraat (zie afbeel­ding elders), en die bij de firma Wel­ten in Deurne.

Het bacchanaal zoals dat thans café d’Ameide siert, is allereerst beschaafd en ingetoomd, maar daarnaast is het (desondanks!) sterk van compositie, zwierig van lijn, vol leven en gratie, en anatomisch zuiver, kwaliteiten die in vele andere muurschilderingen vaak te­vergeefs worden gezocht. Nooit of te nimmer is een muurschildering iets als een schilderij-in-het-groot. Zij is iets volkomen anders, zij vergt een andere materie, een andere structuur, een andere sfeer, zelfs een andere gesteltenis bij de schepper er van. Ook hij die de opdracht aanvaardt een muurschildering uit te voeren kan vervuld zijn van en intense geladenheid, maar een die anders gericht is. Bovendien staat hij als het ware tegenover nog een andere dimensie geplaats. Duidelijk  demonstreert  zich v. d. Voort’s   kunnen   in de beschildering van de Zusterkapel in Ommel. Weer diezelfde emotionele lijn. Opvallend zijn de figuren van koning David en Johannes de Doper, een koning David die  op   de  harp speelt met zulk een overgave en een volledige concentratie dat men slechts wachten gaat op de eerste harpe-toon, en een Johannes de Doper die hier alles heeft van de wegbereider des  Heren, een die zich onwaardig voelt de schoenriem van zijn God te ontbinden, maar die Hem onvoorwaardelijk volgt en Hem daarom voorafgaat... Zo was Johannes en zo was David, omdat ze niet anders kunnen zijn! Op de muur "gezet met een directheid en een trefzekerheid, welke alleszins overtuigend zijn.

Kleiner werk en dichter bij huis vinden we in de H. Hartkerk (een tabernakelbeschildering) en in de Lambertuskerk (beschildering van de achterzijde van het hoofdaltaar).

Als we met de heren v.d. Voort en Smits wikkend en wegend (voorzichtig, voorzichtig…) staan rond een ontwerp voor een glas-in-loodraampje, komen we — misschien alleen al om deze ene lijn, of om gene karaktervolle houding, of om een andere ingetogen compositie — tot de overtuiging dat er hier nog vele mogelijkheden schuil gaan, en ook, dat elke opdracht zal zijn als een nieuwe spoorslag. Belangrijk immers is niet de grootte van de op­dracht, maar wel de grootte van het enthousiasme waarmede een opdracht wordt aanvaard.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now